FEI Endurance World YJ & European Championship 2021 FEI Endurance World YJ & European Championship 2021 - EK WK Endurance Ermelo 2021

De geschiedenis van de Endurance sport | Deel 4

Geschiedenis van de endurancesport EKWK Endurance 2021
Een “essay” geschreven door Jacob Melissen over de geschiedenis van de endurancesport.

Deel dit bericht...

Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on email

Geschreven door Jacob Melissen

Een verantwoording waarom de Endurance sport met paarden ten opzichte van het paard nog steeds een volledig te accepteren discipline is binnen de kaders van welzijn en welbevinden van het paard. 

Deel 4 - De 'raid' Brussel - Oostende

In dit laatste deel van “De geschiedenis van de Endurance Sport” nemen wij jullie mee naar de wedstrijddag van de Raid van Brussel naar Oostende die verreden werd in 1902.

Jan-Willems voorbereiding tot de raid

We laten hier de hoofdpersoon zelf aan het woord: ‘Vijf weken voor de raid kocht ik Mascotte, halfbloed merrie, 6 jaar, met het voornemen aan de rit deel te nemen; de merrie was tot die tijd aangespannen gereden en buitengewoon goed bereden. De tijd die restte was te kort om een verstandige training te volgen en ik trachtte vóór alles haar een beetje dik te houden tot de dag van het vertrek; door van haar slechts dat werk te eisen dat ik eigenlijk nog niet voldoende achtte om een dergelijke rit te lopen. De eerste week reed ik vijf uur in stap, onderbroken door een half uur draf; de tweede week verhoogde ik de tijd van deze laatste gang aanzienlijk, en pas na veertien dagen begon ik aan de galop met grote intervallen van stap. Toen volbracht ik een rit van 132 kilometer met mijn drie paarden: Congo, Mascotte en Cyrano; de twee eerste werden ieder tweemaal 26 kilometer bereden, terwijl ik slechts eenmaal van de laatste gebruik maakte. De tijden die ik behaalde waren de volgende: 1˚ Congo, 26 kilometer in 55 minuten; 2˚ Mascotte, 26 kilometer in 1 uur 3; 3˚ Cyrano, 26 kilometer in 1 uur 6; 4˚ Congo, 22 kilometer in 55 minuten; 5˚ Mascotte, 26 kilometer in 1 uur 6. Ik was erg tevreden over mijzelf, die van deze rit bijna geen vermoeidheid voelde, en over Mascotte, die absoluut niet geleden had van de twee snelle reprises, die ik van haar gevraagd had. Zij at buitengewoon goed; begonnen met 8 kilo klaver, had ik haar rantsoen weten te verhogen tot aanzienlijke porties. Vanaf dat ogenblik verlengde ik de galop-trajecten en liet mijn paard een tocht van 140 kilometer in 14½ uur afleggen, waarvan een half uur rust, waarna ik het werk verminderde tot het vertrek naar Brussel. Ik volgde zelf een speciale ‘training’, die dagelijks bestond uit: 100 kilometer met mijn drie paarden; twee maal een half uur zwemmen tegen de stroom in, twee maal gymnastiek aan de ringen en ten slotte was ik erin geslaagd meerdere kilometers hard te lopen zonder moe te worden en het paard op en af te springen zonder van gang te veranderen.

Drama en triomf

Op 27 augustus 1902 zal de raid van Brussel naar de hippodrome [paardenrenbaan] Wellington in Oostende worden verreden. Vanaf 7 uur zal worden gestart in groepen van vijf ruiters; iedere vijf 5 minuten een groep, in volgorde van de loting die tevoren had plaatsgevonden. Ondanks de regen die de hele nacht al gevallen is, evenals de dagen ervoor, met als gevolg een buitengewoon slecht terrein, is er een enorme menigte op de been onder paraplu’s. Ontelbare nieuwsgierigen staan als een lint langs de route. Om 7 uur vliegt de eerste groep weg. Bij de eerste controle nog geen problemen; bij de tweede controle liggen de Noorse kapitein Smith-Kielland en de Belgische luitenant Joostens aan kop (2 uur 14) met de duizelingwekkende snelheid van 27 km/uur. Bij de derde controle (100 km) de eerste doorkomst in 4 uur 28 en daarna recordhouder op de 100 km, Smith-Kielland, op 4 uur 21. Vanaf de eerste controlepost worden de doorkomst en de tijd van Smith-Kielland doorgeseind naar de internationale commissie. Deze commissie, per speciale trein onderweg naar Oostende, meent echter dat er een fout in het telegrafische bericht moest zitten; 26 km/uur over onvoorstelbaar slecht terrein en dat door een onbekende Noorse kapitein. De algemene verbazing over de prestaties van de Noorse officier is groot. Vanaf 13.00 uur verspreidt het nieuws zich en een woelige massa van meer dan 20.000 mensen dringt samen op de tribunes van Oostende. Echter om 14.00 uur nog geen ruiter te zien! Men vraagt zich tevergeefs af waar de ‘recordmannen’ blijven. Eindelijk verschijnt dan de eerste ruiter en de menigte dringt de piste op. De winnaar, de Franse luitenant Madamet, finisht in de tijd van 6 uur 51. Hoe was dit mogelijk na de uitstekende tijden bij de derde controle? Afschuwelijke incidenten blijken de oorzaak. Drie ruiters, die te voet de renbaan binnenkomen, vertellen over de tragische dood van hun paarden.

Even later komt luitenant Silfverswärd aan, die het verlies van zijn brave paard Gold betreurt. Rapporten, per telegraaf verstuurd, vertellen over het stoppen wegens uitputting van talrijke deelnemers, terwijl twee paarden na aankomst in Oostende alsnog dood neervallen. Van de 60 gestarte ruiters komen er slechts 29 door de finish. Jan-Willem Godin de Beaufort eindigt als zesde in een tijd van 7 uur 57 min en de laatste die de finish haalt, heeft er 10 uur 50 min voor nodig gehad.’

Verslag van de winnaar luitenant Madamet, 13e regiment Dragonders (Frankrijk)

De ‘Raid’ van Brussel naar Oostende

Bron foto: https://www.deplate.be/trefwoorden/raid-militaire-international-bruxelles-ostende-paardensport

‘Ik had geen speciale voornemens betreffende de te volgen rijwijze. Uit vrees voor het gedrang, vanwege mijn paard dat zich snel opwindt, heb ik in het begin een beetje gestapt om uit de drukte te komen; vervolgens heb ik de snelheid – draf en galop – aangepast aan het terrein en de omstandigheden. Mijn gangen zijn altijd snel geweest, mijn paard draaft precies 21,5 km per uur en galoppeert met 26 km per uur. Ik heb hem altijd vrij gelaten in zijn gangen en zodra ik wat vermoeidheid bemerkte, ging ik over in stap, dikwijls naast mijn paard lopend. Meerdere malen heb ik enkele minuten rust genomen, maar wel buiten de controleposten, waar zich een verstikkende menigte verdrong. Na Koolskamp wilde ik, omdat mijn paard fris was, in de achtervolging van Bausil gaan. Ik liep behoorlijk in op zijn voorsprong van 15 minuten, toen ik hem plotseling totaal uitgeput aantrof. Vanaf dat ogenblik had ik maar één gedachte: fris aankomen in Oostende en mijn eerste plaats waarvan ik niet zeker was, opofferen voor het genoegen om te finishen. Ik heb mijn snelheid teruggebracht naar 16 km, dikwijls naast mijn paard lopend tussen de galop-reprises van 2500 meter en het is niet, in tegenstelling tot wat in de Echo de Paris gezegd is, omdat mijn paard niet meer vooruit wilde, dat ik rustiger aan deed, maar alleen omdat ik, nu ik geen gegevens meer had over mijn klassement na de ontmoeting met Bausil, koste wat kost in Oostende wilde aankomen. Alle keren dat ik mijn paard in de slipstream van een concurrent kon laten meegaan zonder hem uit zijn ritme te halen, heb ik van die gunstige gelegenheid gebruik gemaakt.

Ik ben alle keren gestopt als ik voelde dat mijn paard behoefte had te urnineren, zelfs op enige honderden meters van een controlepost, en ik geloof niet dat ik daarmee tijd verloren heb.

De hittegolf die wij tegen het einde te verduren kregen, is naar mijn mening voor velen fataal geweest. Het was juist op het moment dat iedereen van plan was een extra inspanning van zijn paard te vragen, dat de temperatuur heel ongunstig werd en een vertraging vereiste. Tussen 11.30 en 12.30 uur zijn de meeste paarden in de problemen gekomen. Ik heb ruiters gezien, die hun van te voren gemaakte programma precies wilden afwerken en hun paarden opjoegen op het ogenblik dat een moment van rust ze hersteld zou hebben en die zich met deze onnodige moeite in het zweet werkten. Niets vermoeit paarden meer dan in het gelid te lopen of verplicht op hun plaats te blijven staan. Ik ben alle keren gestopt als ik voelde dat mijn paard behoefte had te urineren, zelfs op enige honderden meters van een controlepost, en ik geloof niet dat ik daarmee tijd verloren heb.’

Verslag van Jhr. J.W. Godin de Beaufort, 2e luitenant van het 1e regiment Huzaren

‘Hoewel ik gedwongen was te rijden op een steeple-zadel van 4 pond en bijna geheel naakt onder mijn uniform met heel lichte race-laarzen, overtrof mijn gewicht nog met 8 kilo dat van de andere deelnemers, wat zeer betreurenswaardig is op zo’n lange afstand.  Omdat de weg nogal slecht was in het begin, draafde ik op de kasseien gedurende de eerste 45 km, bijna steeds in looppas naast mijn paard, slechts nu en dan een galop als de bermen dat toelieten; ik bereikte slechts een snelheid van 17 km per uur tot de Schelde. Toen het terrein daarna beter werd, galoppeerden we meer tot Torhout, afgewisseld met stap, waarbij ik naast mijn paard liep, en mijn snelheid bereikte op dat gedeelte 21 km per uur. Ik had mijn oppasser naar Torhout gestuurd om mij te helpen mijn paard te masseren en om datgene gereed te maken wat wij eventueel nodig konden hebben. Ik vertrok weldra, maar na Wijnendaele gepasseerd te zijn, vertoonde Mascotte een beetje vermoeidheid; de laatste 22 kilometer die me scheidde van de finish liep ik in looppas naast haar, met een enkele interval in stap. Ik heb kunnen vaststellen dat de paarden minder moe worden als ze draven op de verharde weg (als ze tenminste geen hoef-problemen hebben en als ze er aan gewend zijn) dan in snelle gang door de modder en dat, in tegenstelling tot hetgeen veel voorkwam, men met zorg de beste stukken van de weg moest kiezen. Nooit naar boven galopperen, afdalen in draf en in looppas naast zijn paard waar mogelijk. Anders gezegd: de winnaar zal diegene zijn die zo min mogelijk gestapt heeft. Men moet altijd ‘onder de gangen van zijn paard’ blijven, hem laten slipstreamen als het kan, op voorwaarde dat men zich niet laat meeslepen in een snellere gang. Naar mijn mening heeft de lengte van het parcours niets te maken gehad met het aanzienlijke aantal doden; deze zijn slechts te wijten aan de idiote snelheid van enkele ruiters die, door gebrek aan training en door eigen vermoeidheid, hun paarden nog extra belastten. Mascotte is in uitstekende toestand en heeft op geen enkele wijze geleden van de Raid Brussel-Oostende.’

Men moet altijd ‘onder de gangen van zijn paard’ blijven, hem laten slipstreamen als het kan, op voorwaarde dat men zich niet laat meeslepen in een snellere gang.

Na het voltooien van de raid, waarvoor hij het certificaat kreeg dat op de volgende bladzijde staat, schreef Jan-Willem: ‘Reeds toen werd door mij het plan opgevat om een afstandsrit over een veel grooteren afstand te maken en te trachten mijn paard in goede conditie aan het eindpunt te brengen en tevens door stelselmatige training, mij zelf zooveel mogelijk voor een dergelijken rit geschikt te maken.’